Geplaatst door: 
Verhaal

Al in 1854 hardrijderij op schaatsen in Dalfsen

Auteur: 
Ben Kloosterman

Schaatsen is van alle tijden, zelfs al van voor de jaartelling. Al 3000 jaar voor Christus werd er geschaatst, geen wedstrijden, maar om sneller over ijsvlakten te kunnen 'glijden'. Het waren dan ook geen schaatsen maar 'glissers', gemaakt van dierlijke botten.  Aan 'hardrijderij' op schaatsen werd toen nog niet gedaan. Dat kwam pas in de 19de eeuw in opgang, ook in Dalfsen. De eerste vermeldingen die we daarover konden vinden, dateren van ruim 150 jaar terug. Dat was op donderdag 5 januari 1854.

Persbericht uit 1854

Het bericht uit de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 10 januari 1854 luidde als volgt:

Uit dit bericht kan worden opgemaakt, dat er toen al een ijsclub was en dus zullen er al wel eerder hardrijderijwedstrijden hebben plaatsgevonden. Het moet wel een barre winter zijn geweest blijkens andere berichten op diezelfde pagina van de Zwolsche Courant. Zo ondervinden de postbodes in Hardenberg vanwege ijs en sneeuw moeilijkheden bij het bezorgen van de post en de bode van Coevorden komt te voet 'als kunnende hij met paard en kar den weg nog niet passeren omdat de sneeuw tot duinen is opgestuwd'

Grachten

In de jaren na 1854 verschijnen regelmatig berichten over schaatswedstrijden op de Oude Vecht (Bellingeweer), maar ook op de grachten van huize Den Berg en van kasteel Rechteren. De oude Vechtarm op Bellingeweer was vooral na de kanalisatie van de Vecht rond 1900 een geliefde plek voor het beoefenen van de schaatssport. Dat was met name het geval als het gebied tussen de Vecht, de Welsummerweg en de Rondweg (toen Molendijk) onder water stond, waardoor een enorme ijsbaan ontstond. Er werd een ijsbaan aangelegd tussen Molendijk tot aan huize Bellingeweer, maar vaak kon je dan een rondje schaatsen langs de Welsummerweg.

Voor de armen

De winters van 1869, 1870 en 1871 zijn lang en streng geweest. Er zijn in die jaren vele schaatswedstrijden gehouden. Op 24 januari 1869 werd er in Dalfsen een wel zeer bijzondere schaatswedstrijd verreden. De Zwolsche Courant versloeg hierover:

Baron van Dedem van buitenplaats Den Berg, wilde blijkbaar niet achterblijven. Daar werd op 15 februari 1870 op de gracht een hardrijderij gehouden met 24 mededingers ‘die mee dongen naar prijzen en premieën die door den heer A. Baron van Dedem werden geschonken. De eerste prijs was een zilveren cigarenkoker, gewonnen door G.H. Wentzel.’ Bij een daaropvolgende wedstrijd op de Oude Vecht bestaan de prijzen uit een zilveren horloge, twee Berlijn-zilveren tabaksdozen, een paar gouden oorbellen en een flacon met zilveren stop.

Ook in de omliggende plaatsen werden in die jaren volop wedstrijden gehouden. Op de stadsgrachten van Zwolle vond op 2 januari 1871 een hardrijderij voor manspersonen plaats, in  Deventer was een ijsfeest, in Zwartsluis en Wijhe waren wedstrijden schoonrijden voor mannen en in Blankenham zou op 5 januari 1871 ‘ijs en weder dienende een harddraverij met paard en slede op de Zuiderzee worden gehouden.’

Nieuwe ijsclub

Dalfsen had al in 1854 een ijsclub. Deze bestond niet meer toen er in 1891 een nieuwe ijsclub werd opgericht, IJsclub Dalfsen. Toen in de winter van 1927/1928 opnieuw een ijsclub in Dalfsen werd opgericht, bestond ook IJsclub Dalfsen niet meer. De nieuwe ijsclub ‘Dalfsen Vooruit’ had een actief bestuur dat meerdere wedstrijden organiseerde.  

Zo worden op 31 december 1927 en 2 januari 1928 ijsfeesten georganiseerd op de Bergergracht, die tijdens de vorst welwillend door de familie Van Dedem aan de ijsclub is afgestaan. Op 31 december vond een hardloperij op klompen met kruiwagen plaats waar prijzen in de vorm van levensmiddelen gewonnen konden worden, die zo men wilde, ook aan de armen geschonken konden worden. Op 2 januari zorgde IJsclub 'Dalfsen Vooruit' voor een verlichte ijsbaan met muziek. De Dalfser Courant schrijft daar op 6 januari 1928 over:

‘De banen waren voorzien van brandende lampions en enkele lantaarns. Om 6 uur werden de banen geopend en om 7 uur verscheen ‘Excelsior’ op de baan, die verschillende nummers ten gehoore bracht. Het was een prachtig gezicht te zien hoe de gracht in zijn geheel van alle soorten en kleuren lampions was voorzien. De baan was overvuld met bezoekers en wij hebben ook nu weer gezien, dat het publiek van Dalfsen er veel voor over heeft een kranig ijsclub-bestuur te hebben, dat zorgt dat er goede banen zijn om goed te kunnen rijden.’

Van Leussen

En zo lopen de schaatswedstrijden als een rode draad door het verleden van Dalfsen. Maar aan het eind van de jaren vijftig  kan er door verandering aan de infrastructuur niet meer geschaatst worden op de Oude Vecht.  Loonbedrijf Van Leussen in Oosterdalfsen lost dit probleem op door op ‘Stokvisdennen’,  een eiland aan de Vecht, een ijsbaan aan te leggen waarop voortaan geschaatst kan worden en wedstrijden gehouden kunnen worden.  Dat leidt in 1968 tot de oprichting van de IJsclub Stokvisdennen. Een paar jaar later krijgt Dalfsen de beschikking over een nieuwe, verlichte ijsbaan. 

*Dit artikel verscheen eerder in Rondom Dalfsen nr. 63, tijdschrift van de Historische Kring Dalfsen

Reacties

afbeelding van wim zonneveld
De wedstrijd van 1854 was bijzonder genoeg om 'F.C. Staal Jr.' te inspireren tot een lang gedicht, getiteld 'Gesprek tusschen twee Landbouwers daags na het feest'. Het gedicht begint: Wat heur ik Klaos, heb ie nao Dalsen west en kieken Wie op de Vecht het hardst de baene langs kon strieken [etc.] Met een mooi plaatje erbij, gepubliceerd in het tijdschrift Lectuur voor de Huiskamer, 1854, pp. 49-51.
afbeelding van G.A. Haarman
Wim Zonneveld, Bedankt voor deze reactie. Ik zal kijken of ik dit gedicht ook kan plaatsen. Met vriendelijke groet. Gerard Haarman Historische Kring Dalfsen