Geplaatst door: 
Verhaal

De dorsstok

In het verleden hebben de landlieden alle werkzaamheden met de handen moeten doen, maar inventief als ze waren, probeerden ze met materialen uit de omgeving het werk te vergemakkelijken. Dit heeft door de eeuwen heen geleid tot een lange rij gebruiksvoorwerpen op de boerderij.

Deze materialen waren in eerste instantie hout, bast, twijgen, vezels, stro, gras, riet, steen, klei, wol en paardenhaar. Later komt daar het metaal ijzer bij in de vorm van spijkers, draad en ijzeren gereedschap. De stelregel luidde, ”geboren uit armoede, wat je zelf hebt of zelf kunt maken, koop je niet”. 

 

 

Zo ook de dorsstok, ook wel dorsvlegel genoemd, een voorwerp gemaakt voor de persoon die er mee moest werken. Waren de boer en de dorsstok op elkaar afgestemd en ingesteld, dan was dat een verbintenis voor net leven, zelfs zodanig, dat wanneer er iets aan mankeerde, men hem eerder repareerde dan dat er een nieuwe werd gemaakt. Dat maken was een doordacht en vakkundig werk, dat van generatie op generatie werd doorgegeven.

Allereerst moest een eiken stammetje worden uitgezocht in het bos of in de eikenhakhoutsingel. Met een geroutineerde blik zocht de boer regelmatig zijn bosjes en singels af naar jonge bomen en twijgen die voorbestemd werden om voor nu of later mogelijk een stuk gereedschap te leveren, zodat hij, wanneer het nodig was, direct over een bezemsteel, hooihark, gaffel of een steel voor de bijl kon beschikken. Ja, zelfs dacht hij al een generatie vooruit en reserveerde hij bepaalde bomen, bestemd voor een bergroe voor de hooiberg van zijn opvolger. 

 

 

De dorsstok

De dorsstok is net meest simpele en onmisbare stukje gereedschap, dat door zijn eenvoud een bepaalde uitstraling heeft. Een eikenhouten stok, iets gebogen en geschild. Geen samenstel van houten onderdelen, al dan niet gecombineerd met metalen onderdelen, nee slechts één deel hout, de eenvoud zelve. Men zocht bij voorkeur een recht eikenboompje, dat gegroeid is vanuit een ondergrondse eikel, zodat zich net in de grond een verdikt hard stammetje kon vormen. Bovengronds zag men dan over 2 meter liever geen of alleen dunne zijtakjes. Het meest geschikt hiervoor waren de stammetjes van 8 — 10 jaar. Ook werd wel eens een rechte scheut met een verbreed krom ondereinde in de houtsingel gezocht. Deze moest dan zo dicht mogelijk op de stobbe worden afgehakt om zo net hardere, knoesterige deel mee te krijgen. Dit gebeurde meestal in de wintermaanden.

 

 

Het eerste wat nu gedaan moet worden is het buigen van de 2 meter lange stok. Op ongeveer 80 cm vanaf het dikke eind moet de bocht erin gebracht worden. Deze plek wordt eerst verhit boven het fornuis, zoveel dat net geen verbranding optreedt. Ook kan men gebruik maken van de fornuispot, waarin de aardappels voor de varkens worden gekookt. Na het verwijderen van het deksel legt men het te verhitten deel op de opening van de pot, dekt de zaak af met natte jutezakken en de hete stoom doet zijn werk. Is de stok door en door heet zodat deze begint te sissen, dan is het mogelijk deze te buigen op de plaats waar de verhitting heeft plaatsgevonden, zonder dat deze breekt. Inmiddels heeft men 3 korte stevige paaltjes in de grond geslagen op een afstand van ongeveer 60 cm in een hoek van 135 graden. Hiertussen wringt en buigt men de stok, zodat het verhitte deel zich op de plaats van het middelste paaltje bevindt. Op de binnenzijde van de stok ontstaan rimpels en op de buitenbocht kleine scheurtjes. Zonder verhitting zou de stok hier zeker in tweeën breken.

 

 

Is het dikke uiteinde iets krom, dan wringt men de stok zodanig tussen de paaltjes, dat de bocht in tegengestelde richting loopt. Vlakt men nadien het brede deel aan de buitenzijde wat af om een goed slagvlak te krijgen, dan blijft er zo een dikker en daardoor een zwaarder uiteinde over.

Met een trekmes wordt nu de stok geschild en het dikke einde aan de buitenkant voor één derde afgevlakt, zodat er een breed slagvlak ontstaat, dat naar de bocht toe op niets uitloopt. Het andere eind wordt tot op ongeveer 80 cm van de bocht ingekort, al naar gelang de lengte van de gebruiker. Dit steelgedeelte wordt tot op ongeveer 3 cm dikte rond geschaafd. Nu nog proberen of er wel een goede slag inzit. Hij moet regelmatig en gemakkelijk ronddraaien, zodat hij niet onevenwichtig aanvoelt, wat het werken ermee extra vermoeiend maakt.

Een dorsstok is een voorwerp, uitgekiend gemaakt, door dezelfde handen die er nadien een leven lang mee moeten werken. Een dorsstok is een voorwerp dat men niet zomaar even aan kan schaffen.

Het is een voorwerp waar met respect naar gekeken kan worden, met name wanneer 3 of 4 dorsers tegelijk in een zogenaamde drie- of vierslag in een regelmatige cadans van 1—2—3—4 de voor hun onmisbare korrels uit de aren slaan.

 

Dit verhaal van Ab Goutbeek, opgetekend uit de mond van G.H. Hoekman en J.W. van Lenthe, is eerder gepubliceerd in Rondom Dalfsen, nr. 61 april 2008

 

Reacties