Geplaatst door: 
Verhaal

De ervaringen van Jan Platje op Bevrijdingsdag 13 april 1945

De ervaringen van Jan Platje op Bevrijdingsdag 13 april 1945

Jan Platje werd in 1912 in Zwolle geboren. Als schipperskind woonde hij van 1920 tot 1926 bij z'n opoe, die een brandstoffenzaak had in de Julianastraat in Dalfsen. Meteen na z’n schooltijd in 1926 ging hij zijn ouders helpen bij het werk op het schip. Het was een wachtschip dat kunstmest en later granen en veevoeder voor Feyen vervoerde.

In 1942 is Jan Platje getrouwd met Aagje Dekker en zij woonden bij de ouders op het schip. Hun eerste kind werd in 1944 en hun tweede in 1955 geboren.

Hun schip lag tegen het eind van de oorlog in de Vecht bij de Hessemsche schipper. Op een dag stond de vrouw van Jan op het achterdek toen er vliegtuigen aankwamen. Ze cirkelden boven het schip. Het waren Engelse jagers en ze dacht dat ze niets te vrezen had. Ineens begonnen ze te schieten. Mevrouw Platje vloog de kajuit in, griste de baby uit de kinderstoel en ging over het kind heen op de grond liggen. Toen de vliegtuigen verdwenen waren, ging ze kijken wat er gebeurd was. De kinderstoel zat vol glasscherven en een kogel was dwars door de kajuit geschoten. Na dit incident durfde de familie niet langer op het schip te blijven wonen. Ze konden kamers huren bij bakker Ruiters in de Prinsenstraat.

Op donderdag 12 april 1945 gonsde het in het dorp val de geruchten. De spanning was te snijden. De Duitsers, die in de villa van Van der Stadt zaten, hadden springlading onder de brug aangebracht. We zullen dat Oranjedorp wel krijgen, zeiden ze.

De families Ruiters en Platje hadden die avond hun voorzorgsmaatregelen getroffen en waren met z'n allen in de grote achterkamer op de grond graan slapen. Ze hadden een grote kast voor het raam geschoven.

In de vroege ochtend van de 13de april werd Jan Platje wakker van Duitsers, die voor de winkel langs renden. Hij ging naar beneden om te kijken wat er allemaal gebeurde en zag dat de soldaten een veilig heenkomen zochten. Op dat moment was er een enorme knal en Jan werd door de luchtdruk opgepakt en achterin de gang tegen de muur aangesmeten.

 

 

De brugvloog de lucht in.

Bakker Johan Ruiters was net bezig zijn bakkersoven te stoken en had de deur val de oven nog open. Door de luchtdruk ontstond er een enorme steekvlam van wel 2 à 3 meter. Johan werd vreselijk kwaad, vloog aan de achterzijde naar buiten en schreeuwde: ,,verrekte rotmoffen, hebben jullie nou je zin."

Dokter Hilbrandy kwam voorbij op zijn fiets en vroeg of er nog gewonden waren. Jan Platje had pijn in zijn arm en de dokter haalde er een stuk glas uit.

 

 

Daarna zijn ze met z'n allen naar de brug gegaan. Vooral het brugwachtershuis en de huizen langs de Vechtdijk en omgeving waren zwaar beschadigd. Het dak van de bakkerij was eraf en Jan Platje zag van buitenaf zijn fietsen op de zolder staan, die hij zo zorgvuldig verstopt had. De leuning van de brug was over de huizen heen gevlogen en stond rechtop in het bouwland waar nu het Pleyendal is.

Vader en zoon Platje gingen het schip, dat bij de Stokvisdennen lag, halen om de Canadese militairen over te varen. De vlag werd gehesen in de boom van het schip. 

 

 

Van der Vegt is met zijn schip voor het gat in de brug gaan liggen om zo de militairen over te zetten, terwijl de schepen van De Graaf en Platje de militairen over voeren. De soldaten zijn direct begonnen met het bouwen van een baileybrug, die 's avonds al klaar was. De hele nacht hebben de tanks en de voertuigen over de brug en door de Prinsenstraat gerateld. De twee lindebomen die aan het begin van de Prinsenstraat stonden moesten het ontgelden en zijn omver gereden.

Overal gingen in de loop van de dag de vlaggen uit.

's Avonds hebben ze bij Ruiters met de familie Platje en drie Canadezen een fles wijn soldaat gemaakt, die de moeder van Jan Platje bewaard had. Ze konden de Canadezen niet verstaan maar met handen en voeten en wijn kwamen ze de avond wel door!

 

Reacties