Geplaatst door: 
Verhaal

Henk en Klazien Boschman vertellen over de bevrijdingsdag

Henk en Klazien Boschman vertellen over de bevrijdingsdag

Het gezin Boschman, bestaande uit vader, moeder, Henk, Jan, zus Dik en tijdelijk twee evacuees uit Oosterbeek (nichten van moeder) woonde aan de Zwolseweg (nu Ruitenborghstraat) tegenover Lennips. De schuur staat er nu nog. Henk, 25 jaar oud, oefende samen met zijn vader het veehouderijbedrijf uit.

Henk was verloofd met Kazien van Duren, die sinds 1941 bij Cambier in de Prinsenstraat werkte. Klazien kwam uit Nieuwleusen. Zoals in de tijd veel voorkwam, was ze intern bij Cambier. Omdat in de dagen voor 13 april iedereen wel kon verwachten dat er ,,iets" stond te gebeuren, had Klazien al een paar nachten bij de familie Boschman geslapen.

Ook had men uit voorzorg waardevolle spullen in de giertank gestopt, die achter het huis in de tuin lag. Ze waren bang voor de granaten die vanaf Dalmsholte richting De Marshoek werden afgeschoten en fluitend overkwamen. 

 

 

Op 13 april werd de familie ’s morgens om zes uur opgeschrikt door een harde knal. Ze lagen nog in bed, 't was spertijd, dus stonden ze niet zo heel vroeg op. Iedereen sprong natuurlijk uit bed met één gedachte: ,,de brug is de lucht in". Snel naar de deur, naar buiten, kijken wat er gebeurd was. Zelfs door het golfplaten dak van een bijgebouwtje was een stuk van de brug gegaan. Henk zag vier Duitse soldaten op een holletje bij Van Leussen langs gaan. Vervolgens fietste Ten Broeke, commandant van de B.S. Iangs. Hij riep: ,,aankleden en naar het verzamelpunt". Het verzamelpunt van de B.S. was bij Van der Vegt in de Prinsenstraat. In de regenput aan de zijkant van het huis en die te bereiken was via een gat in de vloer van de slaapkamer, waren handgranaten, revolvers en stenguns verstopt voor ongeveer vijftien man.

Toen Henk bij het verzamelpunt was gekomen, kreeg hij samen met Hendrik van der Vegt opdracht om via de huidige Wilhelminastraat en de Koesteeg naar de Hessenweg te gaan om te kijken of er nog ergens Duitsers zaten. De broer van Henk, Jan, ging met Van Oenen de Ruitenborghstraat, Zwolseweg tot aan het tolhek verkennen.

 

 

Henk en Hendrik hadden van die lange gabardine jassen aan en deden een oranjeband om de arm en een stengun onder de jas. De oranjeband stopten ze al gauw in hun zak, stel je voor dat er nog Duitsers zaten. Henk reed nog een eindje mee op een boerenwagen, maar hij sprong er op verzoek van de koetsier, die bang was voor moeilijkheden, snel weer af. Tot aan de Hessenweg was er geen Duitser meer te bekennen.  

Vervolgens gingen ze met z’n tweeën naar huize Gerner. De vorige dag zaten er namelijk nog wel een paar Duitsers. Op dat moment was het reuze spannend, achteraf natuurlijk vreselijk stom. Gelukkig was er niemand meer. Ze gingen snel terug naar het dorp, weer verzamelen bij Van der Vegt en toen naar de brug. De ravage was enorm. De Canadezen werden met schepen overgezet en er werd begonnen met het leggen van een baileybrug. Bij de brug is verder niets gebeurd. 's Middags gingen ze met een groep van ongeveer acht à tien B.S.-ers naar Oudleusen. Daar werden een boerenleider en een landwachter, beiden in uniform, en bij de stuw nog een foute politieman opgehaald. Zij werden naar het gemeentehuis gebracht waar de commandant van de B.S was. Bij een boer zaten nog zes à acht oudere Duitse soldaten in huis. Zij werden gevangen genomen en overgedragen aan de Canadezen. Met de Canadezen heeft Henk verder niet gesproken. Iedereen was blij en opgelucht, maar men was ook druk met het opruimen van de ravage en het provisorisch dichten van daken en ramen.

's Nachts heeft Henk nog wacht gelopen bij de baileybrug, samen met Jan Lucas, die doof was. Dat wachtlopen was overigens niet zo'n pretje, want het was stikdonker en die Canadese voertuigen voerden bijna geen licht en maakten soms rare schuivers als ze de brug afkwamen. Toen Henk laat op de avond een keer moest springen voor z'n leven, en zich met al die herrie van de voertuigen ook niet verstaanbaar kon maken, vond hij het genoeg en ging naar huis.

Er werd nog tot 's avonds laat feest gevierd in een uitgelaten Dalfsen.

 

 

Reacties