Geplaatst door: 
Verhaal

Het landgoed Broekhuizen

Auteur: 
A. Goutbeek

Broekhuizen is nu een naam van een weg in de buurtschap Ankum, maar ooit was het een naam, verbonden aan een buitenplaats waarvan nog maar weinigen de juiste plaats kennen. Een naam echter die in de archieven al heel lang bekend is.

In de schattingsregisters (de belastingaanslagen) uit de late middeleeuwen komt de naam reeds voor. In 1427 is dat Roelofsguet ten Broicke, in 1433 Roleffsguet ten Broeke. in 1457 Rolotfsguet ten Broke, in 1457 Rolofsguet ten Broeke. In de jongste schattingslijst van 1520 vinden we Herman in de Broekhuysen (pachter van Arnt Brant). Jan van Olst op 't Brookhuvss (pachter van Johan van Ittersum) en Arnt Willemsz. int Bouhuyss.

Historisch is er weinig van dit landgoed bekend, wat z'n oorzaak vindt in het feit dat het nooit als havezate beschreven is geweest. Na de Reformatie in 1592 mocht men alleen zitting nemen in Ridderschap en Steden, nu de Provinciale Staten, als men van adel was, een voornaam huis en een zeker kapitaal bezat, en bovendien protestant was; eerst dan werd het huis als havezate aangemerkt. Uit die periode kennen we in Dalfsen zeven havezates die daaraan voldeden. De Broekhuizen kon zich daar niet onder scharen, niet omdat het huis niet voornaam genoeg was of de eigenaar niet voldoende kapitaalkrachtig was. maar omdat de bewoners trouw bleven aan de Rooms-Katholieke moederkerk.

De jonkheer Joost Walraven van Ruytenborgh van den Wildenburgh en zijn vader, tijdens de Reformatie eigenaren van de Broekhuizen, hebben hun huis in 1535 beschikbaar gesteld als schuilkerk voor hun geloofsgenoten uit Dalfsen, Wythem en Heino. Voor 1635 heeft het spieker Hilderinck in Emmen de kerkleden gastvrij ontvangen. Pastoor Simons heeft dat uitvoerig beschreven in Overijsselsch Regt en Geschiedenis, 1922, en ook in het Overijsselsch Dagblad in 1929. Daarin schrijft hij o.a. dat pastoor A. Waeyer in 1635 eerst op het huis de samenkomsten heeft gehouden, maar kort daarna werd er' een naastgelegen huis ingericht tot bedehuis en dat tot 1662 als zodanig heeft gefunctioneerd. Dus er stonden omstreeks 1635 twee huizen, het landhuis en het bedehuis.

Overijsselse kaarten uit die periode zijn dan nog niet gedetailleerd genoeg om dat weer te geven. Op de topografische kaart vanaf 1855 en later, staat wel de naam Broekhuizen vermeld, maar dan alleen als buurtschap bij een groepje boerderijen. Het huis was reeds in 1836 verdwenen. Gaan we via kaarten kijken voor 1835, dan komen we bij de zojuist verschenen Kadastrale atlas 1832 van Dalfsen, waarvan de kaarten getekend zijn in 1820-1825. Daarop staat heel duidelijk de Broekhuizen weergegeven. Een huis met een uitbouw, geflankeerd door twee bouwhuizen met de naamsaanduiding Broekhuyzen.

Samen met het voorplein staat dit geregistreerd onder nummer 393. In het begeleidende boekdeel van de atlas met de oorspronkelijk aanwijzende tafels wordt echter niet over een huis gesproken, dit komt doordat de tekening gemaakt is in 1820-1825, toen het huis er nog stond, terwijl de oorspronkelijk aanwijzende tafels en de correctie hierop enige jaren later zijn gemaakt, toen men bezig was het huis te slopen of het huis reeds verdwenen was. Het perceel wordt daar dan weergegeven als weiland, hetgeen betekent dat het huis is afgebroken in 1835, of een paar jaar daarvoor.

Aan de oostkant van het huis zien we op dezelfde kaart de Hovenier en de boerderij Schipper. Tussen dit tuinmanshuis en de boerderij zien we op de kadastrale kaart van 1832 een ovaaltje met nummer 399. In het begeleidende boekdeel van de atlas staat onder datzelfde nummer dit stukje aangeduid als water. De Hessenweg was toen een zandweg met de nodige bochten, waarvan een bocht nu nog als een stukje fietspad functioneert.

Op een geheel andere kaart uit 1843 zien we alleen het tuinmanshuis, de boerderij en de waterpartij. Het huis was toen al ruim zeven jaar verdwenen. Het is dankzij de eerder genoemde pastoor Simons, dat we weten hoe dat laatste huis de Broekhuizen eruit zag. We lezen in zijn bovengenoemd artikel: „Bij de adellijke familie Van Dedem van den Aalshorst berust eene gekleurde Crayon-teekening van Broekhuisen, welke voor eenige jaren als gelukkige vondst voor den dag is gekomen. Het opschrift luidt in potloodschrift Havazate de Broekhuvsen gelegen aan de Vecht onder Dalfsen' en op de buitenzijde, 'geteekend door Th. van Heekeren van Dedem 1820'. Als blijvende herinnering aan lang vervlogen eeuwen van rustelooze strijd en lijden bezit de parochie Hoonhorst daarvan eene in olieverf geschilderde copie”.

Hoewel het geen havezate was noemde men in die tijd het eigen bezit toch graag havezate. Het genoemde schilderij, dat zich nu nog in de pastorie van Hoonhorst bevindt, geeft de situatie exact weer. Het geeft de achterzijde van het gebouw weer met de uitbouw en links tussen de bomen het rechter bouwhuis, met geheel rechts de Hovenier, nu bewoond door de familie Bakker. De schilder stond aan de zuidzijde van de Vecht, zodat ook duidelijk het insteekhaventje te zien is, op de kadasterkaart weergegeven rechts naast nummer 395.

De dijk die het huis omsloot is te zien als een aarden wal met een overgang en een bankje. Hoe de voorzijde van het huis eruit zag is nergens weergegeven of beschreven; wel zien we op de kadasterkaart dat er zich geen gracht of waterpartij om het huis bevindt. Maar wat was nu het landhuis uit 1635 en welk bouwwerk heeft toen gediend als bedehuis?

Door een voor ons gelukkige omstandigheid is er kort geleden een kaart ontdekt waaruit blijkt dat er nog twee voorgaande huizen hebben gestaan. Sinds 1950 is namelijk het Geniearchief, waaronder een grote collectie kaarten, overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. In dit Geniearchief, tot die tijd streng geheim, is bij de inventarisatie door dr. Scholten een klein kaartje gevonden, dat gemaakt is door J.H. Hottinger in september 1771. Om strategische redenen heeft men een gedetailleerd stukje van de Overijsselsche Vecht weergegeven, hetgeen op zich erg zeldzaam is, maar dat dan ook net dat stukje is waarop naast Vechterweerd ook de Broekhuizen voorkomt.

Gaan we dit vergelijken met de kadasterkaart van 1832 dan zien we dat het eerder genoemde stukje water tussen het hoveniershuis en de boerderij, een onderdeel was van een grachtenstelsel om een huis met een brug aan de zuidoost hoek. Op deze gedempte gracht staat nu het huis van de familie Bakker, aan de oostkant geflankeerd door de boerderijplaats van de familie Ruitenberg. Maar ook zien we op die bijzondere kaart een groter, tweede huis, omgracht en met een brug en een ingangspartij aan de oostzijde. met tuinen en paden verfraaid.

Tussen het huis en de dijk ontwaren we nog een boerderij met schuur en hooiberg. Bijna zeker kunnen we veronderstellen dat dit het huis de Broekhuizen is uit de 17e eeuw, met het bedehuis.

Een nog oudere detailkaart uit ± 1730 van P. de la Rive geeft, hoewel minder precies, toch ook deze twee omgrachte gebouwen weer. Zeker weten we nu dat er in ieder geval op drie verschillende plaatsen een huis de Broekhuizen heeft gestaan.

Van de middeleeuwse huizen op die plaats was ons niets bekend dan alleen de naam van de toenmalige boerderij. Met de eerder genoemde vermelding in het schattingsregister uit 1520 kan vermoedelijk de meest oostelijke en tot nu toe oudst bekende plaats, verbonden worden met wat bij de bouw van het nieuwe huis is blijven staan, hetgeen in die tijd niet gebruikelijk was. Zo kon het huis de geloofsgenoten onderdak bieden, waardoor het in 1635 als kerkhuis dienst deed. I-let tweede huis zal dan waarschijnlijk ongeveer in het eerste kwart van de l7e eeuw gebouwd zijn door jonkheer Joost Walraven van Ruytenborgh van den Wildenburgh. Zijn kinderen verkopen het in gedeelten in 1710 en 1724 aan de burgemeester van Zwolle, Balthasar Muntz, die een vermogend man was.

In de 28 daaropvolgende jaren heeft burgemeester Muntz het niet alleen in bezit gehad, maar ook verfraaid met tuinen en paden. De sterrenbossen en zichtlanen zijn ook uit die periode. Na zijn dood in 1752 erven zijn beide dochters, waarvan er een gehuwd was met Willem Hendrik Wicherlink (burgemeester van Zwolle), het bezit.

Tijdens de eigendomsperiode van deze beide dames is de mooie en zeldzame kaart uit 1777 ontstaan, waarop nog het grote tweede huis is weergegeven. Zij verkopen het goed de Broekhuizen in 1783 aan de weduwe M. Timmerman, wier zoon het in 1795 weer te koop aanbiedt met vergaande financiële tegemoetkomingen, maar er zijn geen liefhebbers voor.

In 1797 wordt het te huur aangeboden “als in 't kort nieuw gebouwd". Dit laatste huis, dat dan aangeboden wordt en weergegeven is op de kadastrale kaart en op het schilderij, is gebouwd op de plaats van de boerderij en het kleine sterrenbosje ten zuiden van het vorige huis. Het moet gerealiseerd zijn tussen 1777 en 1797, of door de beide dames Muntz (wat het meest waarschijnlijk is), of door moeder en zoon Timmerman.

In 1828 wordt het nogmaals te koop aangeboden in de Zwolsche Courant als „Het buitengoed, de Broekhuizen genaamd, met zijn onderhorige boerenerven, katersteden, losse landerijen, jonge opgaande boomen en plantagien, zeer aangenaam gelegen tusschen de stad Zwolle en het dorp Dalfsen, aan de passagie van Duitschland naar Zwolle en van achteren aan de rivier de Vegt. zeer geschikt tot de visserije. als ook tot de jagt, geheel groot ruim honderd drie en zestig bunders".

Het is de burgemeester van Diever, jonkheer Aalt Willem van Holthe die het koopt als belegging voor 28050,= gulden. In 1842 laat hij het huis afbreken, vermoedelijk heeft hij er zelf nooit vertoefd.

Nog later is de poort van Bentheimersteen met het brugje aan de Hessenweg afgebroken en geplaatst bij de Ruitenborgh. Daarvandaan is het weer overgezet naar het huis Windesheim en daar markeert het nu de ingangspartij. Van Holthe-'s dochter erft het goed, later komt het in bezit van zijn kleindochter. Deze laatste huwt in 1866 met Godert Willem van Dedem en zij brengen het bezit in 1908 onder in de N.V. tot Exploitatie van het huis den Aalshorst, die tot op heden nog de eigenaar is.

Heden herinnert buitendijks alleen nog een lindeboom in de wei aan het landgoed de Broekhuizen. De nieuwe dijk, die is aangelegd tijdens de laatste verhoging en die tegelijk recht getrokken is, ligt precies op de plaats van de laatste twee huizen.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Rondom Dalfsen, april 1996. Rondom Dalfsen is het huisorgaan van de Historische Kring Dalfsen.

Reacties

afbeelding van Jan-Paul Bakker
Als trotse bewoner en eigenaar van het Hoveniershuis, wil ik nog aan het (mij reeds bekende) stuk van de Historische Kring toevoegen dat het huis sinds 2002 in bezit is van de familie Bakker (die er dus sinds 1983 al woonachtig is). inmiddels zijn er meerdere oude kaarten bekend waarop het landgoed Broekhuisen ingetekend staat. Via de Historische Kring Dalfsen zal ik proberen deze informatie ook toe te voegen aan de gegevens.