Geplaatst door: 
Verhaal

Kerstdiner uit de Middeleeuwen

Auteur: 
Joris Stapper

Uit een onderzoek blijkt, dat wij thuis nog steeds het kerstdiner genieten, zoals het honderden jaren geleden ook plaats vond. Al dat geschrijf over tapas, sushi en andere exotische voeding heeft nauwelijks invloed op de samenstelling van ons kerstdiner, zegt mevrouw Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. Het gaat nog steeds om wild en seizoengroenten. Zo zag de kerstdis er in de Middeleeuwen ook uit. Het enige nieuwe is het toetje.

Wat we ook nog steeds doen met Kerst is te veel eten, zegt Strouken. Vroeger had dat een functie: het overbruggen van een donkere periode, waarin niets groeide en er dus weinig te eten was. De midwinterperiode tussen 21 december - de kortste dag - en Driekoningen op 6 januari werd gebruikt om letterlijk bij te tanken. Je moest namelijk tot Pasen wachten voor er weer vers eten van het land kwam. Dat schransen gebeurt nog steeds, maar is helemaal niet meer nodig. 

Sint-Maarten op 11 november markeert een breuk in de kalender. De middeleeuwer dacht niet zozeer in maanden of jaren, maar in seizoenen. Met Sint-Maarten begon het slechte seizoen. Dan moest je heel zuinig zijn met voedsel. Dat was er amper. 

Rond Sint-Maarten werden de beesten geslacht. De armen verkochten de helft om weer een jong beest te kunnen kopen en de andere helft gebruikten ze zelf. Het eten dat er nog was, werd klaargemaakt voor het lange winterseizoen. Groenten werden ingepekeld, fruit werd op jenever gezet en andere zaken onder reuzel, gelei of paraffine weggestopt. Iedereen hielp elkaar daarbij. De worsten werden gemaakt, de hammen in het rookkanaal gehangen. Allemaal methoden om voedsel langer te bewaren. Wecken en inblikken kende men nog niet laat staan koelkasten. Je moest je eten heel schoon behandelen. In de Middeleeuwen had men daar nog weinig oog voor.

In de lange periode tussen Sint-Maarten en Pasen moest je dus zeer zuinig zijn. Om er enigszins een mouw aan te passen stond een aantal feesten centraal: Sinterklaas is zo'n feest. Dat was toen net zoals Sint-Maarten een bedelfeest. De armen gingen langs de deur, zongen liederen en kregen in ruil wat eten toegestopt. Daar deed iedereen die het zich kon veroorloven aan mee; het was heel gewoon. In sommige gevallen werd er een brandend blok hout bij de deur ge zet. Zolang dat brandde kon je je melden. Speculaas, kruidnoten, oliebollen en kniepertjes (wafels), dat soort zaken horen echt bij die tijd. Makkelijk te maken van de schaarse ingrediënten die er nog waren en uit te delen.

In onze streken gebeurt dit ook nog steeds. Wii noemen deze traditie op vastenavond "foekepottenavond". Kinderen gaan dan verkleed langs de deur, zingen een lied en krijgen snoep of geld. Een foekepot is oorspronkelijk een blik dat bespannen is met een varkensblaas; in het midden zit een rietje dat je op en neer moet bewegen zodat je een "donker" geluid hoort. Het is in feite een oud volksmuziekinstrument.

Daarnaast waren er feesten als Kerst en carnaval, feesten waarop veel gegeten werd om letterlijk je weerstand te vergroten. Strouken: "Karige menu's in de kille winter zorgden voor vitaminegebrek. Om het weinige eten uit je mond te sparen, had je tussen de feesten door lange vastenperiodes, advent tussen Sinterklaas en Kerst en de 40 dagen van carnaval tot Pasen. Die zijn speciaal door de katholieke kerk ingesteld om het gebrek aan voeding dragelijk te maken. Voor de zeer arme mensen deelde de kerk brood en spek uit."

Kerst was altijd een gezelligheidsfeest, veel eten en dan vooral met elkaar. Ouderen, alleenstaanden,  personeel: iedereen werd erbij betrokken. De armen mochten in die periode legaal stropen. Er werd veel wild gegeten. Verder at men wat er nog goed was eind december. Rode kool, spruitjes, gedroogde appeltjes, meelproducten, zoals oliebollen en pannenkoeken.

Dan komt zo rond 1900 de weckpot, waardoor voedsel lang kon worden bewaard. De weckontwikkeling gaat heel snel. Doordat men samen kan doen met één ketel en elkaar daarbij helpt, is het niet zo duur. Zodoende verdwijnen honger en gebrek langzamerhand. Er is het hele jaar door voldoende te eten. Wat je dan ziet, is dat de bedelfeesten verdwijnen.

De volwassenen gaan zich schamen voor hun armoede. Deze bedelfeesten worden voortgezet als kinderfeesten omdat men toch niet van de traditie af wilde. En wat zie je: er wordt nog steeds veel voedsel gegeven met Sinterklaas, voeding die herinnert aan de tijden van gebrek: speculaas, taaitaai, suikerbeesten en banketletters. Sommige tradities zijn wel verdwenen, maar komen weer terug omdat de plaatselijke VVV er brood in ziet, zoals het driekoningenzingen in Tilburg. Dan wordt het een toeristische attractie.

Maar Kerst blijft Kerst, zeker wat het eten betreft. Strouken: "Ja, dat is opvallend, want naast de uitvinding van het wecken, groeit de kennis aan de voeding. Er komen kookboeken op de markt, huishoudscholen komen op, het fornuis doet zijn intrede, waardoor je niet meer op één vuurtje hoeft te koken en je het menu beter kunt variëren. Toch blijven wild en de typische wintergroenten de hoofdmoot. Ik schat dat de meerderheid van de Nederlanders, misschien wel driekwart, nog steeds zo kookt, ondanks het ruime aanbod aan allerlei exotische producten".

Niet alles is echter gebleven zoals het was. In de 19de eeuw doet een ander toetje zijn intrede. Voorheen at men bierpap of meelpap. Deze worden vervangen door zuivel, zoals custard vla. Nu is ijs heel populair. Verder zie je dat er meer liflafjes tussendoor worden gegeten: gevulde eieren, hartige gehaktballetjes.

Sfeer wordt belangrijk. Na de introductie van de kerstboom in huis rond 1830/40 door Duitse immigranten en het eerst opgepikt door het protestantse volksdeel, heeft het een poosje stilgestaan. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw gaan mensen echter het kerstdiner opvrolijken met mooie spullen: tafelkleden, bestek, glazen. En ook zelf hullen ze zich steeds meer in echte feestkleding. Maar het eten blijft gelijk aan dat van honderden jaren geleden.

*Dit verhaal van Joris Stapper is eerder geplaatst in Rondom Dalfsen nr. 69 in december 2010. 

Reacties